Ontwikkelingsvoorsprong en gezondheidszorg

In juli 2015 heeft onderstaand artikel in de ‘Nieuwsbrief Publieke Gezondheid en Veiligheid’ gestaan.

Het jonge kind met een ontwikkelingsvoorsprong, sneller of anders ?

De ontwikkeling van jonge kinderen wordt zorgvuldig in de gaten gehouden in Nederland, onder andere op onze consultatiebureaus. De controles richten zich op het vroegtijdig onderkennen van een afwijkende of achterblijvende ontwikkeling. Hierdoor kan vroeg actie ondernomen worden. Ouders kunnen zich gerichter laten informeren en zo anticiperen op de afwijkende ontwikkeling van hun kindje. Bovendien kunnen ouders indien nodig op adequatere wijze hulp zoeken.

Afwijkende ontwikkeling
Bij een afwijkende ontwikkeling denken we in eerste instantie aan kinderen die achter lopen, maar ook kinderen die voorlopen qua ontwikkeling kunnen we als afwijkend beschouwen. Namelijk: afwijkend van het gemiddelde. Deze kinderen hebben een ontwikkelingsvoorsprong. Bij hen gaat de ontwikkeling niet alleen veel sneller en in grotere sprongen; deze verloopt daadwerkelijk ánders dan gemiddeld. De oorzaak hiervan ligt in specifieke kenmerken van begaafdheid.

Kenmerken van een ontwikkelingsvoorsprong
Uiteraard ontwikkelen alle kinderen zich op hun eigen unieke wijze; de kinderen die een ‘normale’ ontwikkeling doorlopen, kunnen daarin nog altijd van elkaar verschillen. Hetzelfde geldt voor kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong; sterker nog, bij hen zien we deze verschillen in nog sterkere mate. Zij verschillen immers alleen al in de mate waarin zij voorlopen. Daarbij zien we een aantal specifieke kenmerken bij alle kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong voorkomen. Tessa Kieboom* noemt deze de zijnskenmerken van hoogbegaafdheid. Zij wijst erop dat kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong naast een snelle cognitieve ontwikkeling, zeer sterke karaktereigenschappen hebben. Zij deed onderzoek naar deze zijnskenmerken en kwam tot de conclusie dat bij praktisch alle kinderen die later hoogbegaafd bleken te zijn (getest) deze kenmerken voorkwamen. Wat zijn die specifieke kenmerken?

Bij perfectionisme leggen kinderen de lat voor zichzelf (en anderen) heel hoog. Veel van deze kinderen observeren eerst lange tijd voordat ze zelf in actie komen. Zij kijken bijvoorbeeld heel goed hoe anderen lopen, fietsen, spreken etc, om dit na te doen op het moment dat ze er zeker van zijn dat ze het zelf ook kunnen. En dan doen ze het ook in één keer goed. Dit is de reden dat veel kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong het kruipen helemaal overslaan.

Een kritische instelling is al op jonge leeftijd te zien. Deze kinderen gaan al heel jong tegen de plannen en ideeën van hun ouders in en vragen hun ouders de oren van het hoofd waarom iets is zoals het is. Een waarom fase is dan wel bij alle kinderen gebruikelijk maar bij kinderen die al vroeg kunnen praten en redeneren, begint deze op veel jongere leeftijd en kan veel langer duren.
Een kritische instelling kan zich ook uiten als een stukje autonomie: het kind durft bijvoorbeeld uit te komen voor een mening die anderen niet delen en laat zich niet verleiden om mee te doen aan een groepsactiviteit die hem niet aanspreekt.

Hooggevoeligheid of grote intensiteit is al te merken aan een kindje vanaf de dag dat het het levenslicht ziet. Veel ouders die terugblikken op de eerste ervaringen met hun begaafde kind getuigen van de bijzondere gevoeligheid van hun kind. Niet zelden zijn het huilbaby’s en sliepen ze als baby weinig. Ook een zeer alerte blik bij de pasgeborene valt op. Er zijn verloskundigen die dan al aangeven dat de ouders nog heel wat te stellen krijgen met zo’n ‘pittig kind’.

Een sterk rechtvaardigheidsgevoel is een vierde eigenschap. We zien dit bij kinderen die al op jonge leeftijd gelijke regels willen hebben voor gelijke situatie en voor iedereen. Als iets niet eerlijk gaat, niet gelijk is of een ander houdt zich niet aan een afspraak, dan kan dat aanleiding zijn voor een temperamentvolle boze bui met tranen. Andere kinderen begrijpen vaak de regels en afspraken nog niet die dit kind wel begrijpt en wil naleven. Het zal duidelijk zijn dat dit een bron van onbegrip en conflict vorm, zo jong als het kind ook is.

De omgeving
Naast de genoemde zijnskenmerken wordt de ontwikkeling van kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong sterk beïnvloed door de interactie met de omgeving. Zo hebben zij in de kinderopvang en op de peuterschool, met name contact met kinderen die een hoger ontwikkelingsniveau hebben. Dit heeft gevolgen voor de ontwikkeling van het kind met voorsprong. Dit kan een bron van onbegrip en stagnerende ontwikkeling worden.  Het snelle kind gaat proberen zich zo goed mogelijk aan te passen aan de andere kinderen. Daarbij raken zijn eigen interesses en ideeën steeds meer op de achtergrond totdat hij ze zelf niet meer kent. Of een kind geeft het aanpassen op en kiest voor alleen zijn, met oudere kinderen spelen of met volwassenen praten. Een voorbeeld is het kind dat naast de pedagogisch medewerker gaat zitten om samen door te nemen wat er allemaal niet volgens plan verloopt in de groep!

Negatieve consequenties
Kinderen die een grote ontwikkelingsvoorsprong hebben zonder dat daar oog voor is van voor hen belangrijke volwassenen, kunnen tegen problemen aanlopen. Zij ontwikkelen sneller faalangst in verhouding tot andere kinderen. Ze voelen best aan dat zij ‘anders’ zijn en veel van deze kinderen voelen zich daardoor eenzaam en redeneren dat ‘het aan hen ligt’. Klachten zoals buikpijn,  hoofdpijn en somberheid komen bij hen al op heel jonge leeftijd voor.
Wordt de ontwikkeling van het kind sterk geremd en komt het kind weinig of helemaal geen ontwikkelingsgelijken tegen, dan bestaat een groter risico op onderpresteren, langdurige verveling en verlies van motivatie, onbegrip en eenzaamheid. In de praktijk zien we de gevolgen hiervan voor het kind in de vorm van depressie, schooluitval en allerlei vormen van onaangepast gedrag. Onaangepast gedrag leidt nogal eens tot misdiagnoses. Bij teruggetrokken gedrag stellen professionals een aan autisme verwante stoornis vast en bij druk en onrustig gedrag, heet het al snel ADHD. Het is van groot belang dat specialisten die deze diagnoses mogen stellen kennis hebben van ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Wij weten dan dat deze kinderen zich terugtrekken uit situaties die zij zelf kiezen en weer meedoen in situaties die zijn ook weer zelf kiezen. En dan weten zij ook dat kinderen druk gedrag kunnen vertonen uit verveling en dat dit gedrag stopt zodra er opdrachten op het juiste niveau worden aangeboden aan het kind.

Positieve consequenties
Hoe maken we van deze mogelijke problemen juist kansen? Het klinkt misschien als een lastige opgave om deze kinderen te signaleren om ze vervolgens voor al deze problemen te behoeden. Maar gelukkig is het niet zo lastig als het lijkt. Op het consultatiebureau is soms al vrij snel te zien om welke kinderen het gaat. Weten welke specifieke kenmerken deze kinderen hebben, helpt enorm. Verder bestaat de mogelijkheid ze te herkennen bij de testjes van het Van Wiechenschema. Lopen kinderen hierop al sterk voor, dan moet er een belletje gaan rinkelen.

Ouders
Ouders van deze kinderen geven vrijwel allemaal aan dat ze heel graag al op het consultatiebureau hadden gehoord dat hun kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft. Zij hadden zich dan eerder kunnen inlezen om zo hun kind beter kunnen begrijpen en begeleiden. Ook hadden zij dit kunnen delen met de opvang of school. Op die plekken komt er steeds meer ruimte voor kinderen die uitdaging en een ander soort uitleg nodig hebben. Ook zie je regelmatig gebeuren dat kinderen vroeger instromen in het basisonderwijs omdat ze hier eerder aan toe zijn dan met 4 jaar. En is er sprake van een tijdelijke voorsprong, dan heeft het kind in ieder geval tijdelijk die extra uitdaging nodig.

Hoe signaleer je in je werk op het consultatiebureau een ontwikkelingsvoorsprong? Wat zeg je tegen de ouders of opvoeders en hoe kunnen zij hun kindje hierin het beste begeleiden?
Wil je meer weten over ontwikkelingsvoorsprong en hoe je deze kunt herkennen?

Voor dit onderdeel van je werk bestaat er nu de mogelijkheid tot scholing. Er is een theoretische scholing over ontwikkelingsvoorsprong en begaafdheid en een praktische scholing met veel voorbeelden en handvatten. Ook is er een handig hulpmiddel ontwikkeld dat het eenvoudiger maakt om te zien wanneer je met een ontwikkelingsvoorsprong te maken hebt. Énis er aandacht voor adviezen aan ouders.

Heeft jouw team interesse in een scholing? Neem dan contact met ons op.

 

*Tessa Kieboom,  Hoogbegaafd – Als je kind (g)een Einstein is –