Een plusgroep voor kleuters, hoe doe je dat?

Deze tips zijn ook te gebruiken bij peutergroepen.

Tot onze grote vreugde willen steeds meer leerkrachten graag een plusgroep of een plusmoment aanbieden aan hun kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong. Helaas leer je zoiets (nog) niet op de Pabo of lerarenopleiding. Daarom geven we je graag tips voor het opstarten van zo’n groep.

De naam is altijd het eerste struikelblok. Mag zo’n groep ‘plus’ heten? We willen ze immers zeker niet het gevoel geven dat ze beter zijn! Zo’n plusgroep is gewoon wat een kind nodig heeft om dezelfde ontwikkeling door te maken als ieder ander kind; ‘passend’ onderwijs dus. Toch kleeft er aan iedere naam die je aan zo’n plusgroep geeft het risico dat mensen er een negatieve associatie mee hebben. Het heeft voordelen om een naam te kiezen die echt sprekend is voor de soort groep, zoals pienter, plus, tempo, HB of klimop. Je maakt daarmee heel duidelijk wat je doet. Als er vragen komen, kun je deze naam prima verantwoorden. Als je geen goed gevoel hebt bij een dergelijke naam, kies dan gewoon een naam van een dier, plant of kleur. Nog leuker is het om de kinderen zelf een naam te laten bedenken!

De tweede vraag die rijst is: Welke kinderen horen in deze groep? Ook hierover lopen de meningen uiteen. Naar ons idee is deze groep bedoeld voor de kinderen die de uitdaging van het anders denken nodig hebben. En dit zijn niet per definitie de kinderen met hoge scores. Natuurlijk, hoge scores kunnen een signaal zijn. Maar er zijn nog veel duidelijkere signalen waaruit blijkt dat een kind in de ‘normale’ lessen de uitdaging van het anders denken mist. Denk bijvoorbeeld aan ongewenst gedrag. Dit kan voortkomen uit verveling of uit het feit dat het kind zich zo sterk aanpast aan het (gemiddelde) niveau in de groep dat het ongezond voor hem is. Vaak herken je bij deze kinderen de zijnskenmerken van hoogbegaafdheid. Beter dan te kijken naar Citoscores is het dan ook om het zijnsluik van hoogbegaafdheid als uitgangspunt te nemen en deze helder voor ogen te hebben.

Omdat het signaleren van een ontwikkelingsvoorsprong echt niet altijd gemakkelijk is, geven wij hier trainingen in. Daarnaast lees je erover in onze folder en de blogs van Grip op Talent.

Vervolgens is de vraag wat je aanbiedt in een plusgroep. Daarvoor moet je je afvragen wat je doel is. Een doel kan zijn ‘herkenning vinden bij elkaar’ of ‘jezelf durven zijn’. Kinderen merken in zo’n groep dat er meer kinderen zijn ‘zoals zij’. Met het creëren van de plusgroep bereik je dit doel deels al. Daarnaast is het van belang om ook de eigenschappen uit het zijnsluik en het ‘je anders voelen’  bespreekbaar te maken. Er is voor deze kinderen vaak onduidelijkheid over de reacties van de buitenwereld en van andere kinderen. Aandacht hiervoor helpt hen om te zorgen dat zij zichzelf niet de schuld geven van bijvoorbeeld miscommunicatie. Deze kinderen kunnen over het algemeen hele volwassen gesprekken voeren. Houd de gesprekjes voor deze jonge kinderen wel kort en gebruik er eventueel geschikte prentenboeken bij. Te denken valt aan ‘Zeno & Co’ of ‘Gewoon Tom’.

Om de kennishonger van deze kinderen te stillen en om ze vaardigheden als ‘leren leren’ aan te leren, bied je natuurlijk uitdagende opdrachten aan. Denk aan interessante vragen die vooral gericht zijn op hogere denkvaardigheden. Zie voor meer informatie hierover: de Taxonomie van Bloom en ontdekkend leren (wetenschapsknooppunten).

 

Stel vooral open, onderzoekende en de nieuwsgierigheid prikkelende vragen. Dit stimuleert het creatief denken. Zo daag je de kinderen uit om zelf te creëren, afwegingen te maken, te evalueren, te ordenen en te vergelijken. Ze vinden het vaak heerlijk om op deze manier zelf nieuwe dingen te ontdekken of te maken. Hoewel hiervoor diverse materialen op de markt zijn, is het stellen van goede vragen veel belangrijker. Kinderen kunnen dit ook erg goed zelf!

Verder zijn er kinderen die veel hulp nodig hebben bij het ontwikkelen van een groeimindset. Dit heeft te maken met de overtuigingen die zij hebben over wat goed en fout is, wat ze wel of niet kunnen, of iets moeilijk of gemakkelijk is, etc. Kinderen met een vaste mindset zijn er vaak van overtuigd dat oefenen geen enkele zin heeft. Wil je hen op een goede manier leren leren, leg dan de nadruk op: uitproberen, oefenen, falen is oké, onderzoeken, herhaling ‘verstevigt de paadjes in je hersenen’, etc,. Laat in je begeleiding en feedback duidelijk naar voren komen dat je het doorzetten, oefenen en uitproberen van het kind ziet en positief waardeert. Daarbij kun je samen met kinderen reflecteren, direct na een opdracht. Soms formeel (op papier) en soms met een korte nabespreking. Ook kun je collega’s en ouders vragen wat zij merken aan hun kinderen/leerlingen sinds deze in de plusgroep zitten. Wat vertellen de kinderen er bijvoorbeeld over?

Tot slot: het is goed om ruim aandacht te hebben voor autonomie. Laat deze kinderen veel zelf doen en laat ze daarbij ook gerust fouten maken.

 

Enkele voorbeelden van opdrachten:

  • Rijmwoorden tekenen;
  • De fiets van de toekomst maken;
  • Verhalen maken met verplichten woorden/voorwerpen;
  • Verhalen naspelen;
  • Bouwen met bijzondere materialen zoals watten en touw;
  • Zorgen voor het bewegen van een voorwerp op tafel, bedenk zoveel mogelijk manieren.

Het lijkt erop dat je nu aan de slag kunt. Er zijn nog wel veel zaken rondom je werkwijze die je binnen je organisatie op papier moet zetten. En een goed plan is het halve werk. Het zorgt voor beleid, zekerheid, continuïteit en duidelijkheid in de communicatie. Dit komt het welzijn van deze kinderen ten goede.

En dan zijn er nog de praktische vragen om te beantwoorden voor je begint:

  • Welk moment of welke momenten in de week zijn geschikt? (vrijdagmiddag is niet het beste tijdstip en tijdens de gymles ook niet)
  • Hoeveel tijd per moment is handig? (Wij adviseren minimaal 2x 1,5 uur)
  • gebruik je een eigen lokaal voor de plusgroep of juist liever niet?
  • Hoeveel kinderen passen er in een groep?
  • Hoeveel materiaal heb je al en wat kun je allemaal nog meer gebruiken?
  • Is er assistentie? En vervanging indien nodig? (zorg dat jij niet de vervanging bent voor andere groepen waardoor het moment van de plusgroep vaak komt te vervallen)
  •     Wanneer is er tijd om met (andere) groepsleerkrachten door te spreken wat deze kinderen de rest van de week nodig hebben?
  • Wie is waarvoor verantwoordelijk? Maak hier duidelijke afspraken over.

En als je gaat starten, geniet dan van de mooie opbrengsten die het gaat opleveren!