Ken je dat kind? – Verwende prins

Ken je dat kind, zo’n jongen die altijd interessante dingen te vertellen heeft, maar daarbij ook voortdurend al je aandacht opeist. Deze jongen heeft nog niet geleerd om aandacht te delen en kan zich nog niet goed alleen vermaken.

Aarav (3) komt enthousiast binnen. Het is maandagochtend en hij wil meteen vertellen over het museum waar hij met papa naar toe is geweest. Juf Paula zegt: “Straks Aarav, in de kring. We gaan eerst even spelen en dan gaan we vertellen over het weekend”. Aarav kijkt verdrietig en zucht. Hij draait zich om en schopt tegen een stoel. Paula zoekt weer contact met hem. Ze gaat op haar knieën voor Aarav zitten en zegt tegen hem: “Je mag best teleurgesteld zijn, maar je mag geen dingen kapot maken.”

Als Aarav aan het spelen is komt David bij hem staan. David wil ook puzzelen en hij pakt een paar stukjes van een puzzel. Aarav zegt tegen David dat hij al met die puzzel speelt. David ziet dat Aarav twee puzzels heeft en wil de andere puzzel graag maken. Maar Aarav wil ze geen van beide geven. Juf Paula komt de jongens helpen. Aarav was als eerste bij de puzzels, dus hij mag van haar kiezen welke hij wil. De andere moet hij aan David geven. Aarav is erg boos. Hij gooit de puzzel aan de kant en schreeuwt: “Ik hóef al niet meer”.

Wanneer de inloop voorbij is, roept Paula alle kinderen in de kring om te vertellen over hun weekend. Er zijn wel vier kinderen naar de speeltuin geweest. Drie kinderen gingen naar opa en oma. Veel kinderen hebben een ijsje gegeten. Omdat sommige kinderen nog niet alle Nederlandse woorden kennen, legt meester Mark meteen met plaatjes uit wat de woorden betekenen. Aarav zit al een tijd op zijn stoel te wippen en valt er steeds vanaf waarbij hij geluiden maakt alsof er een toren instort. De andere kinderen moeten steeds om hem lachen. Mark kijkt hem geïrriteerd aan en zegt: Als je nu niet gewoon op je stoel blijft zitten, dan mag je straks niet vertellen als je aan de beurt bent.

Maar Aarav blijft de clown uithangen. Paula haalt hem uit de kring en loopt met hem naar het stoeltje bij de deur. Ze praat met hem. “Waarom doe je dat nou? Zo kom je helemaal niet aan het verhaal toe dat je graag wilt vertellen.” Aarav zegt: “Maar alles duurt zo lang altijd.” Paula legt uit dat het in een groep nou eenmaal zo gaat. Niet iedereen kan tegelijk vertellen. Je moet om de beurt praten; iedereen is even belangrijk. Aarav zucht. Paula zegt: “Als jij hier twee minuten rustig kunt zitten, mag jij zo ook nog vertellen in de kring.” Dat kan Aarav wel. Na twee minuten begint hij enthousiast te vertellen. Over mummies en Egypte, over Farao’s en piramides. De andere kinderen worden al snel onrustig. Na enkele minuten onderbreekt meester Mark hem en zegt: “Wat interessant Aarav, dank je wel dat je dat met ons wilde delen.” Aarav wil nog veel meer vertellen en sputtert: “Ik was nog helemaal niet klaar”. Mark legt uit dat het tijd is voor het kiesbord en gaat verder met het programma. Aarav loopt boos weg uit de kring.

Mark en Paula zijn het erover eens: Aarav moet leren dat hij niet voordurend alle aandacht kan krijgen en dat hij niet alles kan bepalen, zoals bij de puzzels van vanochtend. Straks moet Aarav naar de kleuterschool en dan zal hij nog minder aandacht krijgen dan nu. Thuis krijgt hij vast veel te veel aandacht en mag hij blijkbaar alles bepalen. Nu denkt hij dat hij dat in de groep ook mag! Ze bespreken een aanpak. Aarav krijgt één keer per dag tijd met Mark of Paula om iets te vertellen. Als Aarav met spullen gooit, iemand pijn doet of tegen stoelen schopt wordt hij even op de gang gezet om af te koelen. Deze aanpak wordt met de ouders van Aarav besproken. Die reageren heel verbaasd. Zij herkennen dit ‘verwende’ gedrag helemaal niet van Aarav.

Als de ouders vertellen hoe Aarav thuis over de opvang vertelt, is het de beurt aan Paula en Mark om verbaasd te zijn. Zij wisten helemaal nog niets dat Aarav het liefste met oudere kinderen speelt. Ook hebben zij hem nog niet zo vaak geconcentreerd zien spelen. De betrokkenheid van Aarav bij het samenspelen, zoals de ouders laten zien op een filmpje dat zij hebben meegenomen, kennen Paula en Mark helemaal niet. De ouders leggen ook uit hoeveel rustiger Aarav is als hij gewoon kan vertellen wat er in zijn hoofd zit. De spanning en boosheid Aarav op de opvang laat zien, zien zij thuis helemaal niet.

Al pratend ontdekken ze dat het voor Aarav lastig is op de opvang. Er is zo weinig interessants voor hem te beleven. De eenvoudige verhalen in de kring, maar één puzzel mogen in plaats van twee door elkaar, steeds moeten wachten tot iedereen klaar is.
Na het uitwisselen van de verschillen in gedrag thuis en bij de opvang, komen ze tot twee belangrijke conclusies. De eerste is dat Aarav geen ontwikkelingsgelijken in de groep heeft. Hij kan niets delen met andere kinderen, het sociale contact moet dus deels door Paula en Mark worden opgevangen. De tweede is dat Aarav geen uitdagend materiaal heeft en daarom soms zelf creatief omgaat met het bestaande materiaal. Ze bedenken daarom samen de volgende aanpak om Aarav te ondersteunen:

  • Aarav krijgt uitleg over het ‘anders’ zijn. Waarom de andere kinderen niet alles begrijpen wat hij vertelt. En waarom de verhalen van andere kinderen soms wat minder interessant zijn voor hem;
  • Bij binnenkomst mag Aarav direct een paar minuten vertellen aan Mark of Paula wat hij in zijn hoofd heeft;
  • Mark en Paula nemen ook tussendoor vaker even tijd om even echt naar Aarav te luisteren;
  • Aarav mag het fruit mee klaarmaken zodat ze tegelijkertijd met hem oefenen om één van zijn verhalen kort in de kring te vertellen;
  • Voorafgaand aan de kring krijgt Aarav een uitdagende vraag of opdracht van Paula of Mark. Tijdens de kring is hij dan niet alleen aan het wachten op de voor hem simpele verhalen van de andere kinderen, hij heeft ook iets om over na te denken. Denksleutels en filosofiekaartjes gaan Paula en Mark helpen om goede vragen en opdracht te bedenken;
  • De ouders zorgen voor wat extra materiaal dat Aarav boeiend vindt om mee te spelen op de opvang;
  • Aarav mag helpen bij het indelen van de dag zodat hij zich meer betrokken voelt bij de groep;
  • Aarav krijgt bij het maken van een werkje een moeilijkere opdracht of mag het werkje helpen bedenken.

Altijd maar wachten is erg frustrerend voor sterk ontwikkelde sociale kinderen. Het is zo belangrijk rekening te houden met het gebrek aan een sociale omgeving en uitdaging voor deze kinderen. Mogelijk is Aarav een hoogbegaafde peuter. Jazeker, die bestaan! Omdat we dit niet met zekerheid kunnen vaststellen en omdat dit ook helemaal niet hoeft, noemen we zo’n pientere peuter ‘een peuter met een ontwikkelingsvoorsprong’.

Noot. Bovenstaande blog is een herziene versie van een eerder verschenen blog op de website van ‘Grip op Talent’.