Laag zelfbeeld

Een tijdje terug ontmoette ik Lennart. Hij is zo onzeker, zei de juf. Kun jij niet eens met hem praten? Lennart komt op mij over als een vrolijke, pientere jongen die mij bovendien met lieve ogen aankijkt. Zo onzeker, hoe kan dat toch, hij lijkt zoveel mee te hebben…

Herkennen jullie dat? Dat hoogbegaafde kinderen met al hun slimheid en potentie, tegelijkertijd zo onzeker kunnen zijn? Het is alsof ze een heel ander beeld van zichzelf in de spiegel zien dan de mensen om hen heen! Lennart bijvoorbeeld, ziet in zijn eigen spiegel een jongen die geen echte vrienden heeft, nog steeds niet kan fietsen en school heel moeilijk vindt. Hij is notabene nog maar net vijf! Wat maakt dat hij zo negatief naar zichzelf kijkt?

Een rake opmerking over zelfbeeld hoorde ik van psycholoog Steven Pont. Hij zei tijdens een lezing dat je je zelfbeeld opbouwt door de ander. Die ander bepaalt als het ware het beeld dat je van jezelf krijgt. Wat een ander tegen jou zegt, en wat jij denkt dat die ander daarmee bedoelt, heeft dus heel veel invloed op ons zelfbeeld. En wij maar denken dat we dat zelf wel bepalen, hoe we over onszelf denken! Daarnaast weten we vaak ook helemaal niet zo goed hoe we zelf op anderen overkomen.

Ik ga met Lennart in gesprek om te ontdekken hoe hij naar zichzelf kijkt. Ik wil weten hoe het komt dat hij zo negatief over zichzelf denkt. Wat zeggen anderen dan tegen hem? En wat denkt hij dat anderen daarmee bedoelen?

Eigenlijk heb ik wel een vermoeden van een mogelijke oorzaak van zijn lage zelfbeeld. Lennart is hoogbegaafd. Hoogbegaafde kinderen nemen vaak heel veel waar. Ze hebben ‘voelsprieten op steeltjes.’ Ze merken het bijvoorbeeld direct als je eigenlijk iets anders bedoelt dan je zegt. Ze voelen (onbewust) ook dat ze andere vragen en behoeften hebben dan hun medeleerlingen. Ze voelen dat ze er niet echt bij passen of dat ze ‘anders’ zijn.

Vaak besluiten ze om op school zoveel mogelijk te doen als de anderen. Ze proberen zich maximaal aan te passen. Het voelt namelijk niet fijn om anders te zijn. Anders zijn leggen ze voor zichzelf uit als gek, dom, raar of niet interessant zijn. Het zelfbeeld duikelt naar beneden als een ander je steeds maar niet (echt) begrijpt. Die ander bepaalt immers mede jouw zelfbeeld! Als je dan maar net doet als die ander, dan moet het goed zijn, toch? Die ander lijkt immers precies te weten hoe het hoort, wat normaal is. En die ander heeft lang niet zoveel last van twijfels….


Helaas wordt je zelfbeeld daarvan niet sterker. Je raakt jezelf eigenlijk kwijt als je net doet of je een ander bent. Je verkrampt en krijgt last van buikpijn, of van boze buien die zich thuis ontladen.

Al die gedachten vinden plaats in je eigen hoofd. Anderen zien dat niet, maar ze merken wel de gevolgen ervan.

 

Signalen van een laag zelfbeeld:

  • Vraagt veel, vaak hetzelfde en of het goed is zo
  • Komt onzeker op je over
  • Sluit aan bij anderen en doet het liefst hetzelfde als anderen
  • Is niet zo zichtbaar in de groep
  • Weet niet wat hij of zij wil, veel twijfel
  • Wordt dwars uit onzekerheid
  • Krampachtig gedrag
  • Weet alleen heel goed te benoemen wat anderen goed kunnen
  • Twijfel aanhoudend over eigen mogelijkheden
  • Denkt bij tegengas direct dat hij/zij iets verkeerd heeft gedaan
  • Is somber, passief

Lennart vertelt mij wat anderen volgens hem van hem vinden. Hij denkt dat anderen liever niet met hem spelen omdat hij teveel praat. En hij maakt dezelfde grapjes als een ander jongetje waar altijd hard om gelachen wordt, maar als hij ze zelf maakt, hoeven ze er opeens niet om te lachen. “Ik kan gewoon geen grapjes vertellen.”

Lennart zou er enorm van groeien als hij andere ervaringen zou opdoen met kinderen. Kinderen die naar hem luisteren en zijn grapjes begrijpen én erom kunnen lachen.


Hoe kunnen we dat voor elkaar krijgen?

Het begint natuurlijk altijd met goed luisteren naar het kind. Ook naar wat onbewust zijn zelfbeeld kleurt.

We kunnen de volgende acties ondernemen:

  • Uitleg over verschillen tussen kinderen, in manier van denken, tempo, begrip etc.
  • De vaardigheid ‘laten zien wie je bent’ oefenen
  • Uitdaging bieden die aansluit bij zijn niveau zodat hij wel moet laten zien wat hij kan
  • Peergroep vinden voor de broodnodige aansluiting
  • Coaching op gedachten: inzicht in eigen gedachten
  • Coaching op sturen van gedachten: omzetten van negatief naar positief
  • Coaching op mindset (van vast naar flexibel)
  • Bij leeftijd passend boek over hoogbegaafdheid lezen (zie onderaan deze blog)
  • Ouders en leerkracht voorlichten over hoogbegaafdheid
  • Een Rots en Water-training om zicht te krijgen op eigen rol in het sociale verkeer
  • Maar vooral: een combinatie van bovenstaande tips

En het goede nieuws is…..

Als een zelfbeeld wordt gevormd door (interactie met) anderen, dan kunnen anderen ook helpen bij het bouwen aan een positief zelfbeeld. Boeken die daarbij kunnen helpen:

  • Kinderen tussen 3 en 7: Zeno en co; Inne Van den Bossche
  • Kinderen tussen 3 en 7: Gewoon Tom; Tom de Boevere en Noor Veijgen
  • Kleuters, prentenboek: Het uiltje dat (te) knap is; Folkert Oldersma
  • Kinderen vanaf 5 jaar:  Hoogbegaafd, nou èn?; Wendy van Toorenburg
  • Kinderen vanaf 5 jaar:  De Droomdenker; Suzanne Buis
  • Kinderen tussen 7 en 12: Hoogbegaafd survivalgids; Luc Descamps
  • Kinderen tussen 7 en 12: Ben jij een cheetah?; Marianne Van Zetten
  • Kinderen vanaf 8 jaar: Slimme Rick; Rineke Derksen
  • Kinderen vanaf 8 jaar: Ik en hoogbegaafdheid; Natalie van Kordelaar

Ken je iemand anders die deze blog wil lezen? Wij waarderen het als je hem deelt. Wil je meer blogs lezen of nuttige tips ontvangen over een ontwikkelingsvoorsprong? Schrijf je dan hiernaast in voor onze nieuwsbrief.

Wij hopen dat deze tips je op gang helpen in de gesprekken met kinderen en in het verkennen van het onderwerp. Wil je beter aan de slag dan geven wij voortdurend trainingen. Kijk dan op hier om informatie en trainingen te vinden.