Ouders en professionals die vastlopen in het gesprek op school, peuterspeelzaal of kinderdagverblijf; wij maken het wekelijks mee In onze praktijk. Soms wordt het gesprek ook vermeden door een van beide partijen. Tijdens onze trainingen komt dit onderwerp geregeld ter sprake. Meestal is er sprake van een verschil in wat er van het kind gezien wordt en hoe het kind over komt. In deze blog gaan we uit van een verschil omdat bij overeenkomst beide partijen vaak wel goed in gesprek raken.

Leerkrachten en pedagogisch medewerkers geven aan dat zij het gesprek met ouders van (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen nogal eens lastig vinden om te voeren. Tijd voor tips, zodat beide partijen ontspannen met elkaar kunnen praten. Dichter bij elkaar komen is niet alleen prettig, wij denken dat het essentieel is voor de begeleiding van het kind.

NB: Wij richten ons bij onderstaande tips op de begeleiding van jonge kinderen.

Voorbereiding:

Als het kind op school niet laat zien wat hij thuis wel laat zien, dan is het verstandig om er achter te komen wat die verschillen zijn. Vraag als leerkracht naar beeldmateriaal van wat het kind thuis doet. Zoek dus als ouder beeldmateriaal waaruit blijkt wat je kind kan en hoe hij functioneert. Dit kunnen foto’s, werkjes of tekeningen zijn. Ook filmpjes kunnen veel inzicht bieden in wat het kind kan en hoe hij is. Maak een opname van bijvoorbeeld cognitieve zaken zoals lezen, rekenen, het spelen van een moeilijk spel of activiteiten op de computer. Film sociale momenten zoals het spelen met oudere kinderen of momenten dat je kind ergens bij helpt in huis. Ten slotte kun je ook gesprekken filmen waaruit bijvoorbeeld blijkt dat je kind nadenkt over zichzelf, relaties, gebeurtenissen of de wereld.

Natuurlijk zie je een voorsprong niet bij alle kinderen op dezelfde ontwikkelingsgebieden. Kies dan ook iets waarin je zelf de voorsprong heel duidelijk vindt. Neem het materiaal dat je hebt mee naar het gesprek. Andersom, als het kind gedrag vertoont op school waar ouders zich niets bij kunnen voorstellen, dan kun je dit als leerkracht filmen en er samen met de ouders naar kijken.

Het is van groot belang zeer zorgvuldig met beeldopnames om te gaan. De beelden zijn alleen bedoeld om elkaar te informeren en niet om op te slaan. Ook zijn ze alleen bedoeld voor de betreffende leerkracht of ouders. Ze kunnen dus niet zonder toestemming van ouders aan collega’s worden getoond.

Gesprek:

Aan het begin van het gesprek is het belangrijk dat beide partijen uiten hoe zij zich voelen bij de situatie. Uit waar je zorgen over hebt. Je weet bijvoorbeeld niet goed hoe te handelen, je krijgt geen hoogte van de capaciteiten van het kind, je hebt het gevoel dat de andere je niet serieus neemt, je vindt het moeilijk met de heftige emoties van het kind om te gaan, je vreest een opschepper gevonden worden, je bent bang voor misverstanden, of je vraagt je af of er wel te voldoen aan de grote leerbehoefte van het kind. En natuurlijk zijn er nog veel meer opties.

Als je onbegrip of wantrouwen bij de ander ervaart, spreek dit dan uit. Vaak klaart dat de lucht en kun je daarna opener met elkaar overleggen hoe jullie het kind kunnen bieden wat hij of zij nodig heeft.

Bespreek vervolgens de structuur van het gesprek. De volgende onderdelen kun je hierin opnemen:

  1. Bespreking van gevoelens/zorgen en vaststellen van het doel.
  2. Wie maakt een verslag?
  3. Wat wordt waargenomen door de leerkracht?
  4. Wat wordt waargenomen door de ouders?
  5. Alle ideeën voor hulp en ondersteuning aan het kind worden benoemd.
  6. Er wordt gekozen voor één of meerdere acties (wat moet eerst?) en afgesproken wie deze gaat uitvoeren en op welke termijn.
  7. Is er externe hulp nodig? Van wie? Wie gaat deze hulp in gang zetten?

Vormen van hulp en ondersteuning kunnen zeer uiteenlopend zijn. Veelgebruikte vormen zijn:

  • Ander materiaal en andere leerstof, hoger abstractieniveau in de leerstof, aanspreken van andere denkvaardigheden en ruimte voor interesses. Soms vast te stellen door doortoetsen/didactisch onderzoek.
  • Een ander tafelgroepje, bijvoorbeeld bij gevoeligheid, onbegrip van klasgenoten of beter passend niveau.
  • Andere benadering van het kind als hij zich onbegrepen of niet serieus genomen voelt. In de praktijk is hier vaak goed aan tegemoet te komen door het kind aan te spreken als een oudere leerling; en door oog te hebben voor zijn behoefte aan autonomie, begrip voor zijn rechtvaardigheidsgevoel, erkenning van gevoeligheden en positieve aandacht voor kritische vragen en opmerkingen.
  • Ondersteuning bij het ontwikkelen van een groeimindset of van andere vaardigheden.
  • Ondersteuning bij sociale processen. Soms weet een kind niet goed hoe hij vrienden kan maken of hoe hij samen kan spelen met kinderen die in een andere ontwikkelingsfase zitten of andere interesses hebben. Er is dan uitleg nodig over het andere begripsniveau van leeftijdsgenoten en waarom de verwachtingen van het kind lang niet altijd uitkomen. Soms kunnen er momenten met peers (kinderen uit een andere groep, oudere kinderen, kinderen uit plusklas) gecreëerd worden in de school.
  • Vraag het kind wat hij of zij nodig heeft, vaak weten zij zelf heel goed onder woorden te brengen wat hun behoefte is.

 

Afsluiting:

Maak altijd een vervolgafspraak zolang de begeleiding nog niet geëvalueerd én voldoende bevonden is door beide partijen.

Tot slot:

Het valt niet mee om elk kind het onderwijs te geven wat nodig is. Er wordt veel gevraagd van leerkrachten. Hoogbegaafdheid is een onderwerp dat nog lang niet structureel in de lerarenopleiding wordt aangeboden en niet alle leerkrachten hebben al de kans gehad om zich te professionaliseren op dit vlak. Probeer als ouder mee te denken en vooral ook mee te helpen, zoek bijvoorbeeld materiaal, artikelen of boeken waardoor de leerkracht op weg wordt geholpen.

 

Probeer als leerkracht een open houding te hebben ten aanzien van de zorg die ouders hebben voor hun kind. Er zijn zeer veel hoogbegaafde kinderen die zich zo snel en zo sterk aanpassen op school dat je hen niet herkent als hoogbegaafd. Voor de leerkracht is de voorsprong dan onzichtbaar, wat niet betekent dat de voorsprong er niet is. Ouders hebben een essentieel stuk informatie over hun kind wat je nodig hebt om dit wel te kunnen zien. Daarnaast kunnen ze je helpen en ondersteunen. Er wordt niet verwacht dat je overal direct een oplossing voor hebt. Maar wel dat je het kind wilt helpen en mee denkt. Laat je ook helpen en ondersteunen door ouders waar dat kan.

Passend onderwijs maak je samen en IEDER kind heeft daar recht op, ook kinderen met een voorsprong.