In de wondere wereld van de VVE gaat het vaak over achterstanden. Het lijkt dus misschien wat off-topic, maar de clou is dat er in de VVE groepen vast en zeker peuters met een ontwikkelingsvoorsprong te vinden zijn. En dat voor deze kinderen het reguliere VVE aanbod te simpel en basaal zal zijn. Ook het leren woorden geven aan en het leren omgaan met de Zijnskenmerken komt niet aan bod in de VVE methode. Werk je niet met VVE, dan is verrijken met boeken natuurlijk nog steeds heel zinnig en leuk (aan het einde nog meer uitleg over VVE en voorsprong voor wie daar meer over wil weten).

Om je te helpen gaan we in deze blog aan de slag met verrijken door middel van prentenboeken. Deze soort boeken biedt oneindig veel mogelijkheden die we proberen samen te vatten in 3 tips.

Tip 1:

Kies een boek dat een Zijnskenmerk in zich heeft, zodat je dat ook in een nagesprek kunt bespreken en de kinderen kan helpen woorden te geven aan hun gevoel, beleving en ervaring. Ken je de zijnskenmerken nog niet? Kijk of lees dan een van onze andere blogs, vlogs en downloads, bijvoorbeeld deze:

Voorbeelden van prentenboeken met Zijnskenmerken zijn Draakje Vurig (omgaan met prikkels, van binnen gaan borrelen, intens ontladen), Bang Mannetje (angstig zijn, niet durven, helpende gedachten), De leeuw in de muis (over iets niet durven, maar toch doen), Ik prik (over gevoelig zijn), Het lammetje dat een varken is en Hoe geel weer geel werd (boeken over aanpassen, anders zijn, in de groep passen) en de Stip (over perfectionisme, uitdagingen durven aangaan en de ander helpen). Maar ook onderwerpen als hulp vragen, oefenen, iets niet eerlijk vinden zijn actueel en verrijkend.

Tips 2:

Bij actief voorlezen stel je veel open vragen, je vraagt bijvoorbeeld waar het verhaal over kan gaan als je de titel en omslagtekening laat zien. Of je vraagt de kinderen met elkaar een verhaal te maken, ieder een stukje. Zo doe je een beroep op het denkhoofd en stimuleer je de samenwerking. Je evalueert ook, met oog voor de diversiteit aan verhalen (iedereen is anders en heeft een ander verhaal, dat is fijn). Hoe ging het wachten op elkaar, wat vond je fijn, wat vond je moeilijk (meta cognitie stimuleren).

Tip 3:

Met boeken kun je ook goed verrijken bij het werken aan de woordenschat. Vaak hebben peuters al een goede woordenschat en zijn de boeken in de VVE methode niet passend, uitdagend genoeg. Met de boeken van Charlotte Dematons kun je veel verschillende kinderen bedienen. In het boek Alfabet staan verschillende woorden, makkelijke, maar ook moeilijke. Kijk maar eens naar ons inspiratiefilmpje over Alfabet.

Bij plaatjesboeken let je op de waarheidsgetrouwheid van de plaatjes. Het liefst foto’s, maar getekend kan ook (als het maar geen cartoons zijn of menselijk gemaakte dieren en dingen). Als het klopt met de werkelijkheid, anders is het minder interessant voor deze kinderen. Met afbeeldingen van makkelijke en moeilijke woorden. Dan blijft het een rijk boek voor alle kinderen.

Ook het onderwerp kan een boek verrijken, bijvoorbeeld dit 1000 dingen boek over de natuur of kriebelbeestjes. Sluit aan op de interesse van (de) kind(eren). Hierbij komen automatisch ook makkelijke en moeilijke zaken aan bod.

En tot slot kunnen ook zoekboeken je aanbod verrijken, de executieve functies worden gestimuleerd (hoe zoek je eigenlijk, wat is je aanpak, zet je door als het moeilijk wordt) en het is zo fijn als het je lukt!

De Gele Ballon is een mooi voorbeeld van een zoekboek.

 

Meer boeken staan ook in een boekenoverzicht die in onze nieuwsbrief en op onze website bij de downloads te vinden is.

Veel verrijkingsplezier…….

Voor wie echt met VVE werkt nog wat meer informatie

Vroeg- en voorschoolse educatie is gestart om kinderen met kans op het oplopen van een taalachterstand een rijk stimuleringsprogramma aan te bieden in de peuterspeelzaal en de kleutergroepen, Later zijn daar ook de kinderopvanggroepen bij gekomen. De meeste VVE methodes richten zich op stimulering van meerdere ontwikkelingsgebieden, niet alleen taal.

Momenteel is het gebruikelijk dat met een VVE indicatie peuters 4 dagdelen de opvang of speelzaal mogen bezoeken en worden de organisaties gesubsidieerd. Maar de regels en voorwaarden kunnen per gemeente verschillen. De indicatie wordt meestal afgegeven door het consultatiebureau.

De VVE methode waarmee men in opvang of speelzaal werkt moet erkend zijn, dat wil zeggen door het Nederlands Jeugd Instituut gescreend en gewogen.

Kijk dus nog eens naar de kinderen in je VVE groep, zitten er wellicht kinderen bij die zich al hebben aangepast of die de Nederlandse taal nog niet machtig zijn. Maar die wel een rijker aanbod nodig hebben om te kunnen ontwikkelen. Natuurlijk moet er ook aandacht komen voor de signalering van deze kinderen. Neem eens een kijkje op de site van ‘De vele gezichten van HB’ Soms kan het werken met deze boeken je ook zicht geven op de ontwikkeling van kinderen.

In de basis van VVE zitten altijd een aantal niveaus besloten en zijn er doelen waaraan gewerkt wordt. Deze doelen zijn gebaseerd op de doelen zoals de SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling) heeft vastgesteld. Goed voor het gemiddelde kind. Bijvoorbeeld deze doelen op het gebied van taal:

  • Uitbreiden van woordenschat;
  • Ontwikkelen van verhaalbegrip;
  • Kennismaken met enkele gespreksregels, zoals op je beurt wachten en naar elkaar luisteren;
  • Ervaringen opdoen in rijmen;
  • Spelen met letters en woorden, zoals het versieren en kleuren van letters en woorden.

Doelen die oudere peuters met een ontwikkelingsvoorsprong al vroeg behaald kunnen hebben. Het is dus zaak om, als je met een VVE methode werkt, te kijken naar verrijkingsmogelijkheden.