Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafde kinderen, en volwassenen, hebben uitdaging nodig. Eerst begrip en erkenning maar daarna uitdaging. Thuis, op een club, op de kinderopvang, op school, overal. Ze zoeken betekenis en echtheid.

 

Laat leeftijd los

Leeftijd is een slechte raadgever in het geval van hoogbegaafde kinderen of kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Leeftijd loslaten betekent niet kijken wanneer het kan. Ga vanuit gevoel met een kind aan de slag. Je kunt een tandje terug of met grote stappen vooruit. Soms gok je waar je moet beginnen, dat vinden kinderen niet erg. Tenzij je werk geeft wat voorgekookt uit een boekje komt. Dan kan je niet altijd verwachten dat het kan althans, niet zonder instructie. Als je verrijking meer uit het echte leven komt, dan is dat in eens geen obstakel meer.

Als je kinderen vraagt om na te denken over voedsel in de toekomt, een nieuwe planeet te ontwerpen qua landschap of een nieuw dier te maken wat kan overleven in de toekomst. Of een fantastisch eiland tekenen waar zij zouden willen zijn. Of, of, of…. Er is zoveel te vragen aan kinderen waar leeftijd geen issue is. Bovenal weten zij zelf heel goed wat bij ze past. Vraag wat ze willen maken, ontdekken, uitzoeken….. er zijn eindeloos veel mogelijkheden.

 

Neem het niet over – het kind voorop

Kinderen stellen vragen, moeten klusjes doen of werk maken en dat lukt ze niet altijd direct. Het is zo vanzelfsprekend en makkelijk om dan het gebaande pad te kiezen. Het voor ze doen of het antwoord geven. We staan paraat met de oplossing en nemen het hen uit handen. Neem het dus niet over ook al kunnen ze het nog niet! Ze leren het meest en groeien in zelfvertrouwen als het buiten hun comfortzone ligt. En soms mag dat ook zeker buiten hun kunnen zodat ze leren falen, extra hun best moeten doen, blauwe plekken oplopen, nog een keer proberen en nieuwe wegen bedenken. Ook dat is groeien. Elk kind heeft recht op een blauwe plek.

Het kind mag leidend zijn. Het mag vanuit interesse, leren mag leuk zijn. Het mag met verwondering, het mag zelfbedacht en hoeft niet te in ons geijkte plaatje te passen. Wees niet te bang voor ‘tijd’. Op school of in de kinderopvang horen we vaak dat er geen tijd voor is. Het kost geen tijd voor jou als je af en toe eens kijkt en vragen stelt, het kind voor de klas laat vertellen over vorderingen, het kind aan het roer laat. Je hoeft het niet vooraf te bedenken, je hoeft het niet uit te voeren, soms is er weinig of geen uitleg nodig. Vaak kan je het doen met alleen een beetje coaching waarvoor je je niet hoeft te verdiepen in het onderwerp. Vragen stellen als; Wat heb je nodig?, Wat kan er wel?, Heb je al andere manieren geprobeerd? Wie kan je helpen? zijn vaak voldoende.

Doe het – in het – echt

Doe het echt! Bedenk het, maak het, test het, probeer het uit, bouw het, voel het, doe het gewoon. De betrokkenheid groeit hiervan.

En doe het ‘in het echt’. Maak het betekenisvol door een reële omgeving. Echt soep maken, echt een onderneming starten, dingen uit het dagelijks leven voelen i.p.v. speelgoed, echt uitproberen en experimenteren. Laat kinderen zoveel mogelijk zelf doen en wees aanwezig voor aanmoediging, verwondering, stellen van vragen waardoor ze geholpen worden.

Soms kan een experiment, iets koken, werken met gereedschap of iets fysiek uitproberen op het randje van gevaar verkeren. Denk niet te snel dat het gevaarlijk is. Je kunt je vinger er niet zomaar afsnijden en een scherp mes is minder gevaarlijk dan een bot mes. Denk vanuit de behoefte van het kind i.p.v. uit je eigen bezorgdheid. Het is belangrijker dan je denkt, we hebben hierover eerder een blog geschreven. Soms heeft ‘in het echt’ wel consequenties, des te leerzamer. Denk niet te gauw dat iets niet kan. Laat kinderen de oplossingen bedenken voor jouw bezwaren.