In onze vorige blog las je hoe je het ontwikkelen van een positief zelfbeeld kunt bevorderen. We gaven tips en hopen dat jullie deze kunnen toepassen. In deze blog willen we nog een stapje verder gaan en ook naar onszelf kijken.

Als we kinderen ondersteunen dan willen we allemaal het beste voor het kind. Als ouder voedt je je kind op in de hoop dat het met zelfvertrouwen het leven tegemoet gaat en elke leerkracht of pedagogisch medewerker wil graag een fijne sfeer in de groep zodat elk kind zichzelf kan zijn. Ook in beleidsplannen en schoolgidsen, in opvoedcursussen en bij scholing staan deze uitgangspunten centraal.

Maar doen we dat echt?

Kijken we ECHT naar wat het kind nodig heeft?

 

Helaas zien wij veel situaties waarin wordt gehandeld vanuit iets anders dan de behoefte van het kind. Kijk maar even mee naar de volgende voorbeelden.

Voorbeeld 1: Deze kennen we allemaal. Het wordt buiten steeds kouder en sommige kinderen willen toch hun jas niet aan. Andere kinderen mogen niet kiezen en worden bij 5 graden boven nul al ingepakt alsof het vriest. Sommige kinderen kunnen al voordat ze buiten zijn nauwelijks ademhalen door sjaals en mutsen. Anderen hebben steeds discussie. Op school of in de kinderopvang is er vaak een regel hoe het moet of de juf bepaalt dit.

Ik zeg altijd, zelfs een ‘snotneus’ heeft zuurstof nodig! Als wij bepalen wat er nodig is dan handelen we niet vanuit zorg, maar vanuit bezorgdheid. We handelen vanuit ons referentiekader. Als je op het schoolplein stil staat of zit, dan kun je niet voelen of kinderen die rondrennen het warm of koud hebben. Bovendien is het handig als je je eigen thermometer leert kennen en ernaar kunt handelen. Als je je eigen thermometer niet mag leren kennen, wat dan? Daarnaast is de wetenschap duidelijk, je wordt niet verkouden van kou. Je wordt verkouden van bacteriën of virussen. Daarnaast wordt de menselijk weerstand beter van blootstellen aan kou, niet van overmatige bescherming.

Voorbeeld 2: In het weekend zijn er nieuwe kleren gekocht en dochterlief komt maandagochtend naar beneden in een creatie welke nou niet precies was wat uitgezocht was in de winkel. Ouders kijken op als ze de kamer in loopt en schrikken. De combinatie staat niet zo fantastisch. De legging past helemaal niet bij het shirt en de rok. De teleurgestelde dochter wordt naar boven gestuurd onder het mom van ‘dan lacht iedereen je straks uit’. Zelfs als je dit niet uitspreekt, voelt het meisje dat er geen goedkeuring is voor de zelfbedachte creatie. Een ander meisje in dezelfde situatie wordt beneden lachend begroet en geprezen om de stralende lach en de keuze om aan te trekken wat lekker voelt. Welk van deze meisjes mag authentiek zijn?

Hebben de ouders die vragen om iets anders aan te trekken het mis? Of zijn ze bang dat hun kind er straks niet bij hoort of gepest wordt? Juist niet authentiek zijn maakt een kind vatbaar voor pesten, een kind dat niet weet wie hij is of mag zijn heeft altijd het gevoel fout te reageren of er niets aan te kunnen doen. Een kind wat gelooft in zichzelf omdat het gestimuleerd wordt te zijn wie hij is, kan voor zichzelf opkomen.

Voorbeeld 3: Nog een bekende situatie, is een drukke jongen in een groep op de kinderopvang of op school. Een jongen die niet stil kan zitten, die steeds maar weer de groep stoort en vooral die steeds maar weer hoort dat hij niet voldoet. Hij kan niet anders, hij handelt vanuit een beweegbehoefte. Het mag niet echt, we willen wel maar ja, iedereen moet zich nou eenmaal leren aanpassen aan de groep. Het stoort de groep en de juf, zeker in de kring. Bij observaties kom ik het structureel tegen. Een lange kring omdat er zoveel tijd opgaat aan corrigeren van kinderen die niet stil zitten of stil zijn. Elk correctie is een afwijzing en maakt dat iedereen nog langer in de kring zit en zich nog meer moet aanpassen. Is dat echt wat we kinderen willen meegeven?

Later als we groot zijn, dan mogen we kiezen of we voor een actief beroep gaan of niet. Later, dan mag je zijn wie je bent. Als je dat dan nog weet. Aanpassen zorgt ervoor dat we onze eigen gevoelens niet meer herkennen, we leren vooral mee gaan in de groep, aanpassen naar het gemiddelde. Willen we eigenlijk niet liever tegen het kind zeggen: “Ik snap dat je beweging nodig hebt, wat kunnen we verzinnen zodat het de groep niet stoort?” Je erkent dat het kind is wie hij is en beweging nodig heeft, het is deel van wie hij is. Er zijn tegenwoordig voldoende ideeën en hulpmiddelen zoals elastiek rond de stoelpoten, balletjes om in te knijpen etc.

Natuurlijk is er in al deze voorbeelden geen enkele reactie van ons echt fout. We snappen allemaal dat het ingewikkeld is, dat we in een systeem zitten en soms met de groep rekening moeten houden. Maar vraag je eens af, handel je uit angst, vooroordelen of eigen ervaring? Of kijk je echt naar de behoefte van het kind of de kinderen? Ben je bang dat een kind kou vat, gepest wordt, niet mee kan komen? Of kies je voor het belang van de groep?

We handelen vaak vanuit ons referentiekader, vanuit onze eigen ervaringen, onze pijn, onze verwachtingen en wat ons is aangeleerd. We handelen vanuit wat we denken dat goed is voor het kind, niet wat we weten. Elk kind heeft echt zijn eigen behoefte. Probeer dat in je achterhoofd te houden. Luister echt naar het kind en realiseer je dat gedrag een signaal is dat er niet echt geluisterd is of dat er niet gehandeld wordt naar wat je van de behoefte weet.

Elk kind heeft de behoefte er bij te horen en tegenwoordig betekent dat vaak dat je je moet leren aanpassen. En ja, de leerkracht of pedagogisch medewerker kan er ook niets aan doen dat de groep vol is en het is lang niet altijd haalbaar om in elke situatie iedereen in zijn behoefte te voorzien. Toch kan het ook regelmatig wel. Het gevoel erbij te horen kunnen we kinderen ook geven door ze te accepteren zoals ze zijn, zonder aanpassing, zonder afleren van gedrag en zonder therapie of ondersteuning. Laat weten dat je het kind gezien en gehoord hebt en overleg over een oplossing als het niet direct past.

Al onze reacties zijn natuurlijk wel heel begrijpelijk, gelukkig kunnen we deze stap voor stap aanpassen én wie weet kun je er vaker op vertrouwen dat een kind wat blij is met zichzelf en mag kiezen wat bij hem past, opgroeit met een positief zelfbeeld.