WISSELENDE DOWNLOAD

Wil je op de hoogte zijn van elke nieuwe download? Schrijf je dan in op de nieuwsbrief!

Voorbeelden die genoemd zijn in de chat:

Platform Mindset en de map Groei in je groepHet grote dilemma op dinsdag boek
Link hb of/en ass
Spel leren omgaan met rechtvaardigheidsgevoel: Valse motten
Spellen waarmee je allerlei executieve functies oefent:
Vlotte geesten, When I dream, Ticket to ride
Boek over identiteitsontwikkeling (gaat sneller bij hoogbegaafde kinderen): Het einde van de opvoeding van Jan Geurtz

Fijn dat je meer informatie wilt over kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Zo deel je in onze missie.

Op deze pagina delen we de nieuwste downloads,  is er wat nieuws? Dan staat dit in de nieuwsbrief.

Tips en meer

1. Snelle ontwikkeling is voor dit kind een normaal tempo. Zie jij dit al als normaal?

Vaak zie je dat er ongeloof is over het niveau waarop het kind zich al heeft ontwikkeld. En is er dan een reactie van verbazing of verwondering. Heel begrijpelijk, maar niet altijd goed voor het kind. Voor een kind is dit normaal en hij heeft meer aan vanzelfsprekende en op groei gerichte reactie. (Bijvoorbeeld: een foutloos werkje waar een kind geen moeite voor heeft hoeven doen is te makkelijk in plaats van heel knap gemaakt).

2. Ouders er vroeg bij betrekken zorgt voor een positief contact. Kijk jij al samen naar de ontwikkeling van hun kind?

Vaak vindt men het voorbarig om al bij de aanmelding van een kind te praten over het onderwerp ontwikkelingsvoorsprong of hoogbegaafdheid. Toch is het juist handig om op dag één te weten wat het kind nodig heeft. Het voorkomt teleurstelling en afhaken. Daarnaast is het fijn om het kind te leren kennen, zoals de ouders het kennen. Je krijgt daardoor meer handvatten voor de begeleiding en het aanbod. Bovendien merk je het sneller als een kind zich te sterk gaat aanpassen.

3. Ontwikkelingsvoorsprong speelt een grote rol bij het gedrag van een kind. Zie jij aan gedrag of dit bij een kind speelt?

Vaak zijn kinderen met een grote ontwikkelingsvoorsprong gevoelig en perfectionistisch. We zien creativiteit en gedrevenheid. Niet altijd bij het werk wat we aanbieden overigens. En wat zeker niet onbelangrijk is, ze willen autonoom zijn, hebben een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en zijn kritisch ingesteld. Gedrag wat hierop duidt kan dus horen bij een ontwikkelingsvoorsprong. Het is goed om dat in beeld te hebben als je naar kinderen kijkt.

4. Het niveau van de vraag is het niveau van het antwoord. Welk antwoord verwacht dit kind te moeten geven bij deze vraag?

Wij zien in de praktijk vaak dat kinderen, ondanks het hoge niveau van hun vragen toch aangesproken worden als ‘kleine kinderen’. In dit geval is hun mentale leeftijd hoger en willen ze graag ook op niveau antwoord krijgen en aangesproken worden. Dit betekent niet dat ze ook hun vaardigheden of emoties onder de knie hebben. Er zijn verschillende leeftijden in één kind aanwezig. Bij elke situatie hoort dus een passende reactie.

5. Uitdaging bieden betekent vaak afwijken van de leeftijdsnorm. Durf jij dit al?

Zoals bij 4 beschreven zijn de leeftijden soms uiteenlopend binnen één kind. Spelletjes en cognitief werk wat passend is, is vaak voor een hogere leeftijd bedoeld, maar voor dit kind een mooie aansluiting op zijn ontwikkeling. Niet passend aanbod kan voor veel frustratie, onbegrip, en het remmen van de ontwikkeling zorgen (zie 9). Dus ook al is het spannend, probeer het toch.

6. Maak ruimte voor de autonomie. Wat mag het kind zelf kiezen van jou?

Keuzes zijn essentieel voor de ontwikkeling van kinderen met een grote ontwikkelingsvoorsprong. Het geeft hen erkenning en zelfvertrouwen en bovenal, het zorgt er voor dat zij zich niet geremd voelen. Keuzes kan je goed inbouwen bij het aanbod of de manier waarop een kind een taak uitvoert. Over leerdoelen of regels kan niet altijd discussie zijn. Bedenk dus goed wat echt vast staat voor jou maar vooral ook waar keuzes mogelijk zijn.

7. Van feedback op moeite doen, niet op slim zijn, groeit een kind. Waar kan jij dit kind in helpen groeien?

Het is waardevol om feedback te krijgen op je gedrag, of op de manier waarop je tot een resultaat bent gekomen. Het resultaat zelf is minder relevant. Je kunt bij je volgende taak namelijk wel kiezen voor een strategie of voor gedrag, maar niet voor weer een fantastisch resultaat. Mocht je meer willen weten, dan raden wij aan om je te verdiepen in de Mindset theorie. Lees onze blog “Dat kan ik niet juf” voor meer tips.

8. De ontwikkeling kan heel veel verder zijn dan gangbaar. Heb je de ontwikkeling goed in beeld?

Er worden soms echt verkeerde inschattingen gemaakt over de mate van voorsprong, die regelmatig een stuk verder ligt dan één (school)jaar. En soms loopt dit zelfs op tot 5 of 6 jaar. Niet op alle vlakken misschien maar juist daar ligt dus een uitdaging. (zie 5) We onderschatten dit soms omdat kinderen lang niet altijd laten zien wat ze kunnen. Vaak heeft dit te maken met onze houding of met het angst om af te wijken van de klas of leeftijdgenoten.

9. Probleemgedrag kan een signaal zijn van een ontwikkelingsvoorsprong die niet herkend wordt. Kun jij door deze bril naar het gedrag kijken?

Als een kind onbegrip ervaart of vaak dingen moet doen die niet bij hem passen, dan raakt hij verveeld of gefrustreerd en voelt zich niet gezien. Sommige kinderen worden hier verdrietig van, anderen sluiten zich (ook) af. Druk gedrag, een terugval in zinnelijkheid, driftbuien of kunstmatig overkomend sociaal gedrag, kunnen hier ook uit voortkomen maar die link wordt lang niet altijd gezien.

10. Anders voelen, denken en praten kan voor minder aansluiting zorgen. Kan jij helpen door uitleg van de wereld en van verschillen?

Soms lijkt het wel alsof je in een lachspiegel kijkt. Leeftijdsgenoten pakken dingen anders aan, praten met andere woorden, willen andere spelletjes spelen, snappen je grappen niet en vinden het niet fijn om hulp te krijgen (lees, verbeterd te worden). Je snapt soms niet waarom het in jouw ogen zo anders is, het is vast niet goed wat jij denkt, wilt en voelt.” Nodeloos te zeggen dat deze gedachten bij een kind niet leiden tot een realistisch en positief zelfbeeld.

11. Gevoelens, emoties en gedachten zijn intens aanwezig. Kan het kind bij jou uiten wat er in hem omgaat?

Weet jij wat een kind denkt als een klasgenoot zijn grap niet snapt? Of wat hij voelt als hij geen antwoord krijgt op een in zijn ogen gewone vraag. Kan je benoemen wat je dan ziet gebeuren? Kan een kind met zijn onzekerheid of twijfel bij je terecht? Voel je oprecht interesse voor het kind en heb je verbinding? Het is voor deze kinderen nog meer dan gemiddeld zo belangrijk om een goede band te hebben, juist omdat dat vaak niet vanzelfsprekend is.

12. Een kritische houding om de wereld te begrijpen. Mag het kind van jou de discussie aangaan?

Het is voor deze kinderen erg belangrijk dat alles klopt en op de beste manier gebeurd. Mogen ze reageren op regels? Mogen ze elkaar verbeteren? Mogen ze een beter plan voorleggen? Het kan misschien niet altijd maar maak waar het kan ruimte voor het kind, in de groep of individueel, om dit te kunnen uiten. Het kritisch denken is een waardevolle eigenschap die bij mensen nogal eens een negatief gevoel oplevert, waardoor het kind zich daarin niet verder ontwikkelt en niet het kritisch denken positief kan benutten.

“Bedankt voor alle inspiratie en creativiteit.
Kinderen groeien hiervan!”

een nieuwsbrieflezer