Je kent vast de fabel van Aesopus over de wedstrijd tussen de haas en de schildpad. In dit verhaal denkt de haas makkelijk te kunnen winnen en doet dan ook niet erg zijn best. Kort na het begin van de wedstrijd staat hij al zo ver voor dat hij besluit een dutje te doen. Op het moment dat de haas weer wakker wordt ziet hij dat de schildpad net, en dus als eerste, bij de finish is aangekomen. Ondanks de snelheid van de haas verliest hij dus toch de wedstrijd.

De parallel tussen de haas en kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong is niet moeilijk te leggen. Deze kinderen ontwikkelen zich in hoog tempo en zijn hun leeftijdgenoten op een aantal gebieden al vroeg voorbij gesneld. Zolang zij de ruimte krijgen om lekker te rennen en zich niet in te hoeven houden of te hoeven wachten, blijven zij veel eerder bij de finish aankomen. Die finish kun je zien als een nieuwe vaardigheid, een nieuw niveau van inzicht, zoals een puzzel van 20 stukjes, letters herkennen of een volgend niveau in sociaal inzicht.

De haas besluit een dutje te gaan doen; dan kan hij straks wel weer gelijk opgaan met de schildpad. De wedstrijd is voor haas te makkelijk. En wie in slaap valt en zijn aandacht verliest kan van alles missen, zelfs het behalen van een makkelijk te bereiken finish.

Hoe vaak zien we dit niet gebeuren bij kinderen die eerst zo ver vooruit waren? Ze passen zich aan aan het tempo van de andere kinderen, vaak omdat ze hiertoe worden gedwongen door omstandigheden of het onderwijssysteem. Het gevolg is dat ze hun motivatie verliezen, waardoor ze indutten en onrustig of opstandig worden. Op deze manier leren zij geen goede werkhouding, doorzetten en moeite doen. Wat zij wel leren is om afgeleid te raken en veel te wachten. De reacties op die houding zijn niet altijd bemoedigend. In de fabel is de haas toch ook een beetje het haasje, en wordt gezien als lui of overmoedig en arrogant…

Dit zouden we niet moeten willen voor de kinderen die net als de haas zijn. Zij hebben de ruimte nodig om zich in hun tempo te kunnen ontwikkelen. Wij kunnen ervoor zorgen dat ze enthousiast blijven rennen in plaats van afhaken en indutten. We kunnen ze leren de marathon te rennen in plaats van steeds een ongelijke en ontmoedigende wedstrijd te spelen.

Op het moment dat een kind nog volop een doorgaande ontwikkeling doormaakt, kun je een ontwikkelingsvoorsprong nog vrij gemakkelijk herkennen. Zo gauw de vergelijking met anderen en aanpassing aan anderen ontstaat, wordt dit een stuk lastiger.

Het is dus van groot belang deze kinderen vroeg in beeld te krijgen omdát je ze zo vroeg gemakkelijker kunt herkennen. En natuurlijk kun je dan ook direct inspelen op hun hogere snelheid van ontwikkeling. Zo voorkom je dat ze indutten, hun aandacht verliezen, niet leren doorzetten, faalangstig worden (die finish werd toch ook weer niet zo makkelijk behaald), ontevreden worden over zichzelf, gaan onderpresteren, etc.

Vroeg signaleren kan al vanaf hele jonge leeftijd. Hoogbegaafde kinderen hebben in de baby- en dreumesfase vaak al een aantal opvallende zaken in hun ontwikkeling. Snelheid is niet het enige kenmerk. Soms zijn ze zelfs juist trager. Er is namelijk ook een  groep bij wie perfectionisme zo’n grote rol speelt dat zij net zo lang wachten met iets doen totdat zij het in één keer, foutloos, kunnen. Ook dit is opvallend in de ontwikkeling, en dus te signaleren.

Een paar tips bij het signaleren van jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong:

  • Kijk naar verschillende ontwikkelgebieden, dus niet alleen naar de cognitieve ontwikkeling;
  • Bekijk de gangbare leeftijden waarop een kind iets kan, zodat je weet wat ‘afwijkend’ is;
  • Onderzoek het ontwikkelingsniveau spelenderwijs, het kind moet niet het gevoel krijgen getest te worden;
  • Focus op gebieden waar het kind een grote motivatie laat zien. Door die motivatie gaat de ontwikkeling op dat gebied vaak heel snel. Een ander gebied is dan mogelijk nog niet zo ver ontwikkeld doordat het kind hier minder interesse in heeft;
  • Mogelijk is er expertise op dit gebied nodig, of een uitgebreider onderzoek. Ga hiervoor naar een professional die specifieke kennis heeft op dit gebied;
  • Als je een ontwikkelingsvoorsprong vermoedt, deel dit dan ook met ouders, de begeleiding op de kinderopvang of peuterspeelzaal en met school;
  • Speel direct in op gebieden waarop het kind verder is, met je aanbod en met materiaal. Ook je houding naar dit kind is van groot belang. Vaak voelen hoogbegaafde kinderen heel goed aan wat je van hen vindt en hoe je je voelt, ook al probeer je dat nog zo goed te verbergen. Ze ‘kijken door je heen,’ wordt weleens gezegd.

 

Om ons betoog nog maar eens te ondersteunen vanuit een aantal grote namen op het gebied van hoogbegaafdheid:

Op zich is het hebben van een ontwikkelingsvoorsprong geen probleem. Maar wanneer die slimheid niet herkend wordt, krijgen ze geen toepasselijk aanbod. Gevolg kan zijn dat veel van die eigenschappen verschrompelen. In feite worden deze kinderen hierdoor in hun gezonde ontwikkeling tegengehouden. Hoe sneller het gesignaleerd wordt, hoe eerder de juiste begeleiding gegeven kan worden.

Tessa Kieboom (2019)

Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk – bij voorkeur in groep 1 – te signaleren of een kind zeer makkelijk leert. Uit onderzoek is gebleken dat vierjarige kinderen op deelgebieden kunnen variëren in hun ontwikkelingspsychologische leeftijd van twee tot acht jaar. Wanneer deze vierjarigen allemaal hetzelfde onderwijsaanbod krijgen, gaan de makkelijk lerende leerlingen gedwongen onderpresteren. Zij worden hierdoor belemmerd in hun ontwikkeling. Op den duur kunnen ze zelfs hun motivatie om te leren (blijvend!) verliezen.

Willy de Heer (2018)

Het is van groot belang dat we zo vroeg mogelijk gaan signaleren of een kind hoogbegaafd zou kunnen zijn. Hoe vroeger we er bij zijn, hoe vroeger het kind op een gepaste manier kan begeleid worden. Hiermee kunnen we problemen in de toekomst gaan voorkomen. Indien er al signalen zijn van hoogbegaafdheid, maar die worden niet herkend door de leerkracht, dan is de kans groot dat het kind zich gaat aanpassen aan zijn leeftijdsgenoten in zijn klas. Heel vaak gebeurt het dan dat de hoogbegaafdheid niet meer te ontdekken valt. Andere hoogbegaafde kleuters gaan zich niet aanpassen, maar gaan net heel rebels gedrag vertonen. Het kind voelt zich anders, voelt zich niet begrepen, heeft geen aansluiting met zijn leeftijdsgenoten en gaat daardoor de klas storen.

Sabine Sypré (2017)

Structurele aandacht voor ontwikkelingsvoorsprong zou moeten beginnen in peuterspeelzalen, de kinderopvang en de eerste groep van het basisonderwijs. Dit zijn de aanbevelingen in recente studies in opdracht van OCW en de Onderwijsraad (Platform Betatechniek 2012; Mooij & Fettelaar 2010; Segers & Hoogeveen 2012).

Henny van Hal (2013)