Een tijd geleden zag ik een bericht van een moeder. Haar jongste was voor het eerst naar school geweest en kwam terug met een hoofd vol overtuigingen.

* Ik heb dat kindje niet gevraagd of hij wil spelen, want dat wil hij vast niet

* Als ik dat vraag aan de juf, dan vindt ze dat vast niet leuk en wordt ze boos, dus ik heb het maar niet gevraagd (haar juf is de rust zelve)

* Als ik even moe ben, ga ik niet spelen maar even kleuren aan tafel tot ik niet meer moe ben

* Sommige kinderen kregen een kaartje en mochten iets met muziek doen, waarom mocht ik dat niet? Ik snap dat niet hoor

* Ik had een meisje gevraagd te spelen, maar ze wilde maar 1 minuut. We kennen elkaar al van de crèche, maar misschien moest ze weer even oefenen om met mij te spelen

De overtuiging over moe zijn getuigd van een hele zelfbewuste evenwichtige emotionele ontwikkeling. Voor jezelf kunnen bedenken wat je nodig hebt is erg bijzonder op die leeftijd. Vooralsnog lijkt dat dus wel in orde te komen. De andere overtuigingen gaan allemaal over sociale interactie. Hoe kan dit meisje op een goede manier haar sociale ontwikkeling doormaken? Ik vraag me dat echt af als ik zoiets lees.

Ik ben er in gedoken want wat ik merk in praktijk, is dat er gesproken wordt over spelen en rijpen als het gaat om sociale ontwikkeling. Geen aansluiting wordt vaak geïnterpreteerd als nog niet klaar voor contact of nog veel moeten oefenen. Zoals je uit bovenstaande opmerking kunt opmaken spelen er voor dit meisje hele andere dingen. Je kunt haar nog een paar jaar laten spelen maar daarmee creëert ze waarschijnlijk meer overtuigingen en krijgt ze haar overtuigingen bevestigd.

In het algemeen is zomaar ‘langer kleuteren’ dus geen oplossing. Je kunt zelf een vergelijkbare situatie bedenken bij peuters of oudere kinderen. Je kunt ook actief ondersteunen. We kunnen nu gaan speculeren over haar exacte behoeften maar ik heb uiteraard met haar moeder gesproken. De leerkracht heeft op veel vlakken al ondersteuning geboden en wat we daar uit kunnen leren is het volgende:

  1. Zoek echt uit wat er speelt

Achterhaal wat een kind denkt want er kan zoveel schuil gaan achter een emotie of een uitstraling. Het kind is niet altijd blij als het blij lijkt om maar eens iets te noemen. Het is echt vaak niet wat je denkt of verwacht, zeker niet bij intens voelende en uitgebreid denkende kinderen. Spreek met ouders over wat kinderen thuis uiten en ga echt in gesprek met het kind. Deze kinderen heb jouw extra nodig om hun gedachten mee te wisselen.

2. Ondersteun met uitleg

Je ziet aan de uitspraken van het meisje, aan het begin van dit stuk, dat er nogal wat in haar hoofd om gaat. Niet alles klopt. Soms zijn er overtuigingen over anderen en soms over haarzelf. Hij wil vast niet met mij spelen of zij moet vast weer oefenen. En ook over de juf zijn overtuigingen, ze wordt vast boos of ik snap niet waarom ik niet mag…. Al deze gedachten hebben een uitweg nodig.

Zonder ondersteuning kan dit makkelijk leiden naar een slecht zelfbeeld of het gevoel dat niemand je begrijpt. Het is dus noodzakelijk dat er uitleg is, begeleiding van deze gedachten. Coachend in gesprek met het kind kan je vragen: Is het waar? Hoe weet je het zeker? Kan je het controleren? Wat heb je nodig om er achter te komen? Verder is het handig te beseffen dat je bij sommige kinderen even checkt of ze begrepen hebben dat er om beurten aan bijvoorbeeld muziek gewerkt wordt. Sommige kinderen hebben dat kleine stukje uitleg nodig. Tot ze voelen dat het klopt en past.

En soms past en klopt het niet door gebrek aan ontwikkelingsgelijken. Ook dat kan je uitleggen en ook dan bij jij heel belangrijk in de sociale ontwikkeling. Hoe meer besef bij het kind wat er werkelijk is, hoe minder negatieve conclusies met nare gevolgen. De juf van deze leerling heeft dit bijzonder goed gedaan en het meisje gaat graag naar school. 

3. Koppel kinderen bewuster

Werken, spelen of in de rij lopen met een maatje wordt vaak gebruikt in het onderwijs en in de kinderopvang. We koppelen kinderen dan op allerlei manier die vaak het doel van de groep dienen. Kinderen die het begrijpen kunnen anderen helpen bijvoorbeeld. Toch gaat het soms ook daar mis. Want deze kinderen zijn dan altijd de helper. Zij hebben zelf dan niets om zich aan te spiegelen of zich aan op te trekken. Geef ook hen een kans op een evenwichtige sociale ontwikkeling door ook op niveau of intense beleving van de wereld je koppels of groepen te vormen. Zowel op organisatorische momenten als bij spel of taakmomenten.

 

Wat rest is nog werken aan mindset want overtuigingen in je hoofd, of die nou gaan over sociale interactie, het aangaan van uitdaging of iets anders, die hebben aandacht nodig. Of eigenlijk vooral de realistische en helpende gedachten hebben aandacht nodig. Een onderwerp voor een andere keer.